Jan Ferdinand de Zanger, 1932-1991

Een van de productiefste vertalers Deens-Nederlands in de periode 1960-1990 was Jan de Zanger. Jan Ferdinand de Zanger werd geboren op 4 juli 1932 in Schiedam. Al vroeg in zijn leven kwam hij in aanraking met Scandinavië. Na de bevrijding van Nederland werd hij in augustus 1945 als ondervoed jongetje naar een boerderij in Jutland gestuurd om aan te sterken.1 Tijdens zijn middelbareschooltijd en daarna bracht hij bijna al zijn vakanties door in Denemarken, later ook in Noorwegen en Zweden. Tijdensdie vakanties leerde hij perfect Deens. Na de middelbare school koos hij verrassenderwijs voor een andere taalstudie, namelijk Nederlands. Vanaf 1957 werkte hij als docent Nederlands,2 maar de Scandinavische talen bleven trekken. Zijn eerste vertaling kwam uit in 1961 en hij zou in totaal meer dan zestig werken vertalen, uit het Deens, Noors, Zweeds en Duits. Zijn vertaaloeuvre was heel breed en omvatte zowel non-fictieboeken als romans van bekende auteurs, zoals de Deen Klaus Rifbjerg (1931-2015). Ook bestaat een deel van zijn vertaaloeuvre uit gedichten en jeugdliteratuur. Zelf werd hij ook bekend als auteur van jeugdboeken.

Vertalingen en de uitgeverswereld
Zijn vertaaldebuut Eens komt de dag werd in 1961 gepubliceerd bij uitgeverij Leopold, naar de roman Der kommer en dag (1959), een familiedrama van de Deense journalist en auteur Hans Jørgen Lembourn (1923-1997). Lembourn werd later internationaal bekend door zijn boek 40 dage med Marilyn (1977), over zijn verhouding met Marilyn Monroe. Ook dit werk werd vertaald door De Zanger en kwam in Nederland uit in 1979 onder de titel 40 dagen met Marilyn, wederom bij uitgeverij Leopold.
Bij die uitgeverij zou het grootste deel van zijn vertalingen uitkomen; bijna dertig titels. Voor uitgeverij Leopold schreef hij daarnaast leesrapporten, voor een honorarium variërend van 35 tot 60 gulden.3

Ook voor uitgeverij Contact fungeerde De Zanger in de jaren zestig en zeventig als adviseur en vertaler. Tussen 1960 en 1970 zou Contact tien boeken uitgeven van moderne Deense auteurs. Veel ervan verschenen in de serie Auteurs van de Tweede Eeuwhelft, waarin aandacht was voor vertalingen uit andere taalgebieden dan het Franse, Engelse en Duitse (Van Voorst 1997, 206).
Contact liet zich vaak adviseren bij de aankoop van buitenlands werk. Deze externe adviseurs moesten toonaangevende recensies lezen met betrekking tot hun taalgebied en alleen die auteurs en werken voorstellen die al enige bekendheid bezaten (Van Voorst 1997, 202).
De Zanger werd in 1964 aangesteld met de opdracht om elk jaar drie Deense titels voor te dragen die Contact zou kunnen uitgeven, inclusief het schrijven van leesrapporten hierover. Dit nam hij serieus, in vier maanden tijd schreef hij zes rapporten (Van Voorst 1997, 207). Zijn adviezen werden niet altijd opgevolgd: In 1965 schreef hij een leesrapport over Natten i ventesalen van Poul Ørum (1919-1997). De Zanger vond het een boeiende roman, “geschreven in een taal die zelfs in de delicaatste situaties poëtisch blijft, terwijl er soms onweerstaanbaar humoristische passages in voorkomen”.4 Hij raadde aan om het boek uit te geven, al zag hij wel in dat het waarschijnlijk geen bestseller zou worden vanwege het weinig spectaculaire onderwerp.

Contact besloot anders. Wel kocht de uitgever van Contact, Gilles Pieter de Neve (1900-1973), de rechten van het boek Fern fra Danmark (1963) van Leif Panduro (1923-1977). Dit boek was in Denemarken al succesvol, en verscheen in 1966 als Wat mankeert Martin F.?, vertaald door De Zanger (Van Voorst 1997, 211).

Andersom gebeurde ook: zo adviseerde De Zanger Contact om Kroppene (1964) van Peter Ronild (1928-2001 )niet uit te geven, hij vond het boek te Deens georiënteerd.5 Desondanks werd het in 1969 toch uitgegeven onder de titel Lichamen. De matige verkoopcijfers en het gebrek aan belangstelling voor Deense literatuur in Nederland hadden wel tot gevolg dat Contact besloot om het aantal Deense titels drastisch te verminderen (Van Voorst 1997, 213-214).
Dit betekende niet dat Jan de Zanger minder ging vertalen. Hij bleef zowel kinderboeken als volwassenenfictie vertalen voor verschillende uitgeverijen, zoals De Arbeiderspers, De Fontein, A.W. Bruna, Elsevier, Lemniscaat en Nijgh & Van Ditmar.

Behalve vertalen en adviseren deed De Zanger nog veel meer: hij onderhield contacten met Deense uitgevers, onderhandelde namens de uitgevers voor wie hij werkte over contracten met zijn Deense relaties en regelde financiële bijdragen van de Deense overheid ten behoeve van Nederlandse uitgevers (Van Voorst 1997, 206). Zo verscheen in 1967 bij Contact de Deense poëziebundel Niet noodzakelijk met instemming, moderne Deense poëzie, mede dankzij de grote inzet van De Zanger, die de gedichten zelf vertaalde en een subsidie voor de uitgave regelde bij het Deense ministerie voor Culturele Zaken (Van Voorst 1997, 208).
Verder was De Zanger actief op het gebied van de promotie van Scandinavische literatuur in Nederland en vice versa. Zo schreef hij verschillende artikelen over Scandinavische (jeugd)literatuur voor literaire tijdschriften, en promootte hij Nederlandse lyriek in Scandinavië, o.a. door middel van een dichtbundel, waarover later meer.

Gedurfd oeuvre
Zoals gezegd vertaalde De Zanger behalve fictie enkele opvallende non-fictietitels, zoals seksuele voorlichtingsboeken voor kinderen en het fotoboek Erotiek van P. Kaare. Daarnaast vallen twee non-fictieboeken van de Zweed Jan Myrdal (1927-2020) op. Myrdals doorbraak in Zweden was het boek Rapport från kinesisk by (1963), een beschrijving van het leven in een Chinees dorp, gebaseerd op gesprekken met inwoners. De Zanger vertaalde het boek in 1968 voor uitgeverij A.W. Bruna.
Een jaar eerder kwam Myrdals boek Bekentenissen van een Europees intellectueel bij A.W. Bruna uit. Vreemd genoeg raadde De Zanger in een brief aan Contact af om het boek uit te geven, het zou “te moeilijk zijn voor een publiek van enige omvang”.6 Het was een vertaling van Samtida bekännelser av en europeisk intellektuell (1964), dat Myrdal later samen met Rescontra (1962) zou bewerken tot een nieuw boek, een gefictionaliseerde autobiografie. Dat verscheen in 1968 bij de Amerikaanse uitgeverij Pantheon met als titel Confessions of a Disloyal European. De Engelse originele versie baarde internationaal opzien, en werd zelfs door The New York Times Book Review opgenomen in de lijst “ten of “particular significance and excellence in 1968”“.7

Nadere bestudering van De Zangers vertaaloeuvre laat zien dat hij ook het aandurfde om niet-alledaagse literaire werken te vertalen: hij schuwde controverse niet en had oog voor opkomende literaire talenten.
Hiermee namen de uitgeverijen en De Zanger een zeker risico. Een voorbeeld hiervan is de eerdergenoemde Klaus Rifbjerg. De Zanger introduceerde deze vernieuwende modernistische auteur in het Nederlands taalgebied. Eerst door middel van twee gedichten in het artikel voor De Gids “De zwijgende generatie, Deense poezie van heden” (1962)8, later met de roman De chronische onschuld (1964).
Den kroniske uskyld (1958) was Rifbjergs debuutroman en is uitgegroeid tot een klassieker in de Deense literatuurgeschiedenis, maar werd na verschijnen sterk bekritiseerd door recensenten. Nederlandse recensenten lieten zich minder negatief uit dan de Deense, maar noemden het wel “een schokkend boek”.9 Het boek kwam uit in de eerder genoemde serie Auteurs van de Tweede Eeuwhelft, net als Wat mankeert Martin F.?, waarover een recensent schreef:
“De onlangs door Jan F. de Zanger in vloeiend Nederlands vertaalde roman van Leif Panduro “Fern fra Danmark” is daarbij een heel wat betere pleitbezorger dan de eerder in deze reeks verschenen roman “De chronische onschuld” van de Deen Klaus Rifbjerg. Al moet worden gezegd dat ook de roman van Panduro niet meteen tot de wereldliteratuur hoeft te worden gerekend.”10
Deense literatuurcritici lijken hierover een andere mening te hebben gehad; zowel Panduro als Rifbjerg ontvingen meerdere literaire prijzen en worden nu gerekend tot de grote auteurs van de vorige eeuw.

Omslag door Dick Bruna

Van de in Zweden bekende auteur P.C. Jersild (1935) vertaalde De Zanger in 1982 de roman En levande själ (1980), een sciencefictionroman met als hoofdpersoon een hersenmassa in een laboratorium. Getuige de verfilming in 2014 onder dezelfde titel, door regisseur Henry Moore Selder (1973), was ook dit werk geen eendagsvlieg in de literaire wereld, hoewel de kranten nauwelijks aandacht besteedden aan de vertaling van De Zanger en de auteur niet populair is geworden in het Nederlandse taalgebied, als zijn er nadien nog vijf romans van hem verschenen, van de hand van andere vertalers.
Verder vertaalde De Zanger ook nog een script van een controversiële Zweedse film; de experimentele psychologische film Persona (1966) van Ingmar Bergman, waarvan enkele scènes vanwege seksuele inhoud werden gecensureerd in o.a. de VS.
Het script van Persona werd in hetzelfde jaar als de filmpremière uitgegeven als boek in Zweden, waarna het in 1967 in Nederlandse vertaling uitkwam bij uitgeverij A.W. Bruna &Zoon.11
Ook in het jaar 1967, en bij dezelfde uitgeverij, kwam het boek 491 uit, van Lars Görling (1931-1966). Deze roman over enkele jeugdige criminelen in een sociaal experiment was in Zweden in 1962 gepubliceerd, en werd verfilmd door Vilgot Sjöman (1924-2006). Eind 1963 werd de film afgekeurd door de Zweedse filmkeuring, waarna een nationaal debat rondom filmcensuur losbarstte. De gemoederen liepen hoog op vanwege de gewelddadige en seksuele scènes, maar uiteindelijk mocht de film in maart 1964 in de bioscopen vertoond worden in een gecensureerde versie.12 In Nederland werd de film in eerste instantie ook verboden, maar na drie afkeuringen in 1969 toch toegestaan in de bioscopen. Enthousiast was het publiek niet na al die ophef: “Geïnteresseerden raad ik aan het boek te lezen, de film te vergeten.”13

Niet alle titels die De Zanger vertaalde waren klassiekers in de dop, of werden vanwege hun controversiële inhoud in kranten besproken. De Zanger vertaalde ook meer gangbare literatuur; misdaadauteurs zoals de Deen Anders Bodelsen (1937), en kinderboekenauteurs als Cecil Bødker (1927-2020), eveneens uit Denemarken. Zij was de auteur van de populaire jeugdboekenreeks over Silas, beginnende met Silas og den sorte hoppe (1967), vertaald als Silas en de zwarte merrie (1974) door De Zanger. Daarna vertaalde hij nog twee boeken uit de veertiendelige reeks.

Kritiek en verweer
In 1970 ontving De Zanger de Søren Gyldendalprijs van de Deense uitgeverij Gyldendal voor al zijn vertalingen uit het Deens. Het lijkt er niet op dat de kwaliteit van de vertalingen een rol heeft gespeeld bij de toekenning van de prijs. Een krantenartikel gewijd aan de toekenning noemt alleen de inzet die De Zanger heeft getoond door de vele vertalingen van Deense werken en zijn andere werk om Deense literatuur in het buitenland bekender te maken.14

In Nederlandse kranten zijn wel enkele opmerkingen te vinden over de vertalingen. Vaak gaan die niet dieper dan “goed vertaald door Jan de Zanger”15, maar soms heeft een recensent specifieke opmerkingen. Zo plaatst de recensent van Het Parool vraagtekens bij de naamsverandering van Lonni en Karl in Gonnie en Claes waartoe De Zanger besloot bij de gelijknamige roman van Klaus Rifbjerg: “Is dat soms speciaal op verzoek van Rifbjerg veranderd? Een ander excuus bestaat niet.”16

Ook een andere recensent van Het Parool uit kritiek op de vertaalstrategie van Jan de Zanger, en pleit voor een brontekstgerichte vertaling:17


In deze kritiek gaat het om de dichtbundel Niet noodzakelijk met instemming: moderne Deense poëzie (1967). Een andere dichtbundel, ook samengesteld en vertaald door De Zanger, leidde zelfs tot een heuse polemiek in het tijdschrift Ons Erfdeel tussen hem en Amy van Marken (1912-1995), de grand old lady van de scandinavistiek in Nederland en zelf ook literair vertaler. Samen met de Zweedstalige Finse dichter Sebastian Lybeck (1929-2020) maakte De Zanger een bloemlezing van moderne Nederlandse poëzie in Zweedse vertaling: Med andra ögon (1968). Van Marken noemt de dichtbundel “een blamage”, en stelt dat het werk nooit had mogen verschijnen: “Het wemelt van grove grammatikale fouten, neerlandismen, idiomatische blunders, onnodige veranderingen in de zinsbouw en “verbeterde” metaforen. Daarbij komen dan nog de verkeerd begrepen passages, de houterige ritmen en rijmen.”18

De Zanger pareert de kritiek met het optekenen van positieve recensies vanuit Zweden, en verkent de verschillende vertaalstrategieën:
a. de “vertaalde” poëzie, waarbij de vertaler een soort instrument is: hij volgt de oorspronkelijke dichter stap voor stap, houdt zich aan diens uitdrukkingen, beelden en waar mogelijk aan diens zinsbouw; b. de “herleefde” poëzie, waarbij de kongeniale vertaler zich inleeft in het te vertalen gedicht, zich afvraagt wat de bedoeling van de dichter is en kijkt of deze oorspronkelijke bedoeling door een vertaling onverminkt over kan komen, of de toon gehandhaafd is en of de ritmische effecten in het nieuwe gedicht dezelfde uitwerking hebben als die van het oorspronkelijke. Uit haar opmerkingen maak ik op, dat Amy van Marken het liefste een vertaling ziet volgens de eerste opvatting; ik voel veel meer voor de tweede: bij het lezen van een gedicht moet de lezer niet gehinderd worden door het gevoel dat hij een vertaling leest, het gedicht moet als een oorspronkelijk geheel op hem afkomen en hij moet het als zodanig kunnen ondergaan.19
De Zanger is niet geheel in staat om de kritiek te weerleggen, maar het stuk biedt wel een mooi inzicht in zijn opvattingen over vertalen. Hij bouwt dit nog verder uit in zijn latere artikel “Vertalen” in Lexicon van de jeugdliteratuur (oktober 1983):

Eén van de redenen waarom kinder- en jeugdboeken in het Nederlands vertaald worden, is dat de jonge lezer door die boeken andere landen en volkeren leert kennen. Het ligt daarom voor de hand dat die boeken door de vertaler niet “vernederlandst” mogen worden. Amerikaanse, Zweedse of Franse gewoonten en omstandigheden zijn nu eenmaal anders dan de Nederlandse lezer gewend is; de vertaler mag deze uiterlijke omstandigheden, die dikwijls de gedragingen van de personages bepalen, niet “weg poetsen”. Wel is het de taak van de vertaler op een zo onopvallend mogelijke manier verklaringen te geven van gewoonten en omstandigheden die de jonge Nederlandse lezer niet kent.

Zijn uitspraken lijken erop te wijzen dat hij een meer brontaalgerichte aanpak hanteert voor jongere lezers, terwijl bij poëzie voor volwassenen de beleving van het gedicht voorop staat, waardoor de hang naar een doeltaalgerichte vertaalstrategie groter is. Hoe De Zanger dat in de praktijk bracht in zijn vertalingen van de verschillende genres, zou vervolgonderzoek moeten aantonen.

Jeugdliteratuur
Naast Scandinavische talen, is de belangstelling voor jeugdliteratuur op meerdere vlakken zichtbaar in De Zangers carrière.
Hij combineerde deze interesses uiteraard als vertaler van Scandinavische jeugdliteratuur, maar hij droeg ook op andere manieren actief bij aan de bekendheid van dit genre in het Nederlandse taalgebied. Zo verschenen er meerdere bijdragen van zijn hand in het al eerdergenoemde Lexicon van de jeugdliteratuur. Dit varieerde van overzichtsartikelen zoals “Zweedstalige jeugdliteratuur” (oktober 1983) tot lemma’s over individuele auteurs zoals “Cecil Bødker” (februari 1983) en “Anna-Greta Winberg” (juni 1984).
Daarnaast begon hij zelf jeugdliteratuur te schrijven, geïnspireerd door zijn werk met jongeren als leraar Nederlands. Zijn debuut Ben is dood (1981) werd door de tienerjury van de gemeente Velsen verkozen tot beste tienerboek van 1981 en bekroond met de Gouden Harrington.20 Gedurende de jaren tachtig en negentig verschenen er nog vele jeugdboeken van zijn hand. De Zanger behandelde thema’s die jongeren bezighouden, zoals gepest worden, angst, verliefdheid, stoer doen en vriendschap. Ook schuwde hij zwaardere thema’s als homoseksualiteit, drugsgebruik en zelfmoord niet.

De Zangers engagement voor jeugdliteratuur leidde er ook toe dat hij in 1982 voorzitter werd van de Nederlandse tak van de internationale organisatie International Board of Books for Young People (IBBY). Deze non-profitorganisatie werd in 1953 opgericht en vertegenwoordigt een internationaal netwerk van mensen die zich inzetten om boeken en kinderen bij elkaar te brengen.

In 1990 werd De Zanger verkozen tot lid van het IBBY Executive Committee. Deze functie heeft hij echter niet lang kunnen vervullen; op 14 januari 1991 overleed hij geheel onverwacht tijdens een vakantie in zijn zo geliefde Denemarken. Hij werd begraven in Hejlsminde, Denemarken.

Vervolgonderzoek
Dankzij de lange vertaalcarrière van Jan de Zanger biedt zijn werk veel stof voor verder onderzoek. Gedacht kan worden aan onderzoek naar zijn vertaalstrategieën, waarbij het interessant zou zijn te zien of hij wellicht verschillende keuzes maakte bij jeugdliteratuur en volwassenenliteratuur, gezien zijn uitspraken in zijn artikel “Vertalen”.
Daarnaast was zijn vrouw, Nini van der Beek, vertaalster uit het Zweeds. Had zij wellicht invloed op zijn vertalingen? Werkten ze voor dezelfde uitgeverijen? Vertaalden ze wel eens samen?
Ook zijn cultuurbemiddelende rol voor Nederlandse literatuur in Scandinavië is meer aandacht waard. Zo heeft De Zanger in Deense literaire tijdschriften en in radioprogramma’s verschillende Nederlandstalige dichters geïntroduceerd, plus de verhalenbundel Hollandske noveller (1971) samengesteld en vertaald.21 Wat was de receptie daarvan, en welke andere auteurs heeft hij naar Scandinavië gebracht?

Helen van der Reijden
Co-auteur: Elise Bijl

Gebruikte literatuur
Beek. M. 2019. Jan de Zanger. https://www.schrijversinfo.nl/zangerdejan.html. Laatst bezocht 29 april 2020.

Literatuurmuseum Den Haag. Archief uitgeverij Contact.

Voorst, S. van. 1997. Weten wat er in de wereld te koop is: vier Nederlandse uitgeverijen en hun vertaalde fondsen 1945-1970. Diss. Rijksuniversiteit Groningen, 1997. Den Haag: Sdu Uitgevers.

Vos, J. 1987. ‘‘Jan de Zanger.’’ In Lexicon van de jeugdliteratuur 1982-2014. pp. 1-5. https://www.dbnl.org/tekst/coil001lexi01_01/lvdj01133.php. Laatst bezocht 29 april 2020.

Zanger, J. De. 1986. ‘‘Sectie Nederland van IBBY.’’ Literatuur zonder leeftijd. 1986-1988. p. 58. https://www.dbnl.org/tekst/_lit004198601_01/_lit004198601_01_0057.php. Laatst bezocht 29 april 2020.

Jan de Zanger. z.j.https://www.beltz.de/kinder_jugendbuch/unsere_autoren/autorenseite/2974-jan_de_zanger.html. Laatst bezocht 29 april 2020.


1. Tubantia » 21 okt 1967 – Art. 162 | Delpher
(Bron portret: Vos, J. 1987. “Jan de Zanger.“ In Lexicon van de jeugdliteratuur 1982-2014. pp. 1-5. https://www.dbnl.org/tekst/coil001lexi01_01/lvdj01133.php. Laatst bezocht 8 juni 2021.)

2. Na twintig jaar verliet De Zanger in 1977 het onderwijs, uit onvrede over het feit dat leerlingen werden gedwongen zich te vormen naar het schoolsysteem. Hierna was hij werkzaam bij de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) in Enschede. Jan de Zanger. z.j. https://www.beltz.de/kinder_jugendbuch/unsere_autoren/autorenseite/2974-jan_de_zanger.html.
3. Brief van Jan de Zanger aan Contact, 28 december 1964. Archief Jan de Zanger, Literatuurmuseum Den Haag.
4. Zanger, J. de. Leesrapport van Natten i ventesalen van Poul Ørum. 21 juli 1965. Archief Jan de Zanger, Literatuurmuseum Den Haag.
5. Brief van Jan de Zanger aan Contact, 7 januari 1965. Archief Jan de Zanger, Literatuurmuseum Den Haag.
6. Brief van Jan de Zanger aan Contact, 23 september 1965. Archief Jan de Zanger, Literatuurmuseum Den Haag.
7. Algemeen Handelsblad » 04 jan 1969 – Art. 150 | Delpher
8. De Gids. Jaargang 125 · dbnl
9. Trouw » 22 feb 1965 – Art. 105 | Delpher.
10. De Tijd De Maasbode » 13 jul 1967 – Art. 97 | Delpher
11. Bron afbeelding: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010880322:mpeg21:p022
12. Swedish Cinema and the Sexual Revolution: Critical Essays – Google Books
13. De Volkskrant » 15 aug 1969 – Art. 164 | Delpher
14. Mediestream – Randers DagbladogFolketidende (1874-1970), 22. oktober 1970 (statsbiblioteket.dk)
15. NRC Handelsblad » 15 aug 1980 – Art. 169 | Delpher
16. Het Parool » 20 feb 1971 – Art. 457 | Delpher
17. Het Parool » 18 mei 1968 – Art. 470 | Delpher
18. Ons Erfdeel. Jaargang 13 · dbnl
19. Ons Erfdeel. Jaargang 13 · dbnl
20. Vos, J. “Jan de Zanger.“Lexicon van de jeugdliteratuur 1982-2014. Februari 1987. pp.
21. Ons Erfdeel. Jaargang 11 · dbnl

Terug naar overzicht >>>

Dit bericht werd geplaatst in de categorie Vertalers vanuit het Deens, Noors, Zweeds.