Dr. Elly Jaffé Prijs

Deze gerenommeerde vertaalprijs is nauwelijks bekend bij het brede publiek, wat gezien het bedrag van €40.000,- dat er aan verbonden is, op zijn minst opvallend genoemd kan worden. Het doel van de prijs is om onder andere door middel van vertalingen de belangstelling voor de Franse taal en literatuur in Nederland te stimuleren en zo het belang van cultuurbemiddeling te laten zien.

Portret Elly Jaffé (Bron: C’est mágnifique! De passies van Elly Jaffé-Freem.)

Achtergrond
Dr. Elly Jaffé-Freem (1920-2003) was jarenlang docente Frans aan het Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes in Amsterdam en vooral ook een belangrijk literair critica die tussen 1962 en 1977 honderden recensies schreef over Franse literatuur voor De Groene Amsterdammer. Haar artikelen behandelen vaak vrouwelijke auteurs, met name uit haar eigen tijd zoals Simone Signoret, Marguerite Duras of Marguerite Yourcenar, maar ook gevestigde mannelijke auteurs, waaronder Sartre en Camus, worden besproken.
Ze is nu met name bekend als oprichtster, samen met de Vereniging van Letterkundigen, van de Dr. Elly Jaffé Stichting, waar zij een deel van haar vermogen onderbracht. In 2000 nam Jaffé het initiatief om de stichting in het leven te roepen, om zo de liefde en passie die zij haar hele leven voor het Frans en de Franse letterkunde voelde om te zetten in een concrete maatschappelijke bijdrage. Per 1 januari 2018 is de stichting opgegaan in de nieuwe Stichting Auteursprijzen, samen met de in 1987 opgerichte Stichting Charlotte Köhler. De Dr. Elly Jaffé Prijs wordt elke drie jaar (tot 2009 was dat iedere twee jaar) uitgereikt aan een literair vertaalster of vertaler Frans, die een bedrag van € 40.000,- ontvangt. De prijs wordt toegekend voor een specifiek werk, maar is tevens een eerbewijs aan het hele gepubliceerde oeuvre van de vertaler. Naast de prijs, steeds toegekend aan een ervaren vertaalster of vertaler, bestaat er ook het Dr. Elly Jaffé Stipendium, een aanmoedigingstoelage van € 7.000,- voor een veelbelovende vertaalster of vertaler Frans-Nederlands. De jury bepaalt of er een stipendium wordt uitgereikt.

Elly Jaffé
In mei 2015 verscheen het boekje C’est mágnifique! De passies van Elly Jaffé-Freem geschreven in opdracht van de Dr. Elly Jaffé Stichting door Jeanne Holierhoek en Mirjam de Veth, de laureaten van respectievelijk 2007 en 2009, waarin ze Jaffé’s kennis van de Franse literatuur en cultuur belichten en ingaan op de grote bijdrage die ze leverde aan het intellectuele leven in Nederland. De tekst is gedeeltelijk gebaseerd op ervaringen en bekentenissen van Jaffé zelf, waardoor de lezer inzicht krijgt in haar persoonlijk leven, haar jeugd en de relatie met haar ouders, maar ook in haar politieke opvattingen en haar ideeën over man-vrouw verhoudingen in de jaren 1960 en 1970.
De aanleiding voor haar vertrek bij De Groene is een mooi voorbeeld van haar “drang om de grenzen van de letterkunde te overschrijden en onverbloemd haar politieke opvattingen te verwoorden” (Holierhoek & De Veth 2015, 34). In de context van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog schrijft Jaffé over de Franstalige Algerijnse auteur Mouloud Feraoun, die in zijn dagboeken zowel wreedheden van de Fransen als die van de Algerijnse verzetsstrijders aanklaagt. Het beeld dat het tijdschrift echter wil schetsen is dat van de “‘goede’ Algerijnse opstandeling” (Holierhoek & Van Veth 2015, 35), en de discussie met de redactie naar aanleiding van haar stuk doet Jaffé besluiten haar werk als recensent neer te leggen. Deze beslissing laat zien dat ze een kritische en onafhankelijke geest had, en niet bang was tegen de stroom op te roeien (Schyns 2015). Uit haar ongepubliceerde memoires, die Jaffé Het verhaal van mijn leven als titel gaf, ongetwijfeld verwijzend naar George Sand’s autobiografie Histoire de ma vie (1855) wordt duidelijk hoe ze de ontwikkeling van haar carrière ervaart. Na in 1966 in Leiden te zijn gepromoveerd op het proefschrift Alain Robbe-Grillet et la peinture cubiste, is er geen plaats voor haar aan de universiteit. Terwijl haar echtgenoot, Hans Jaffé, hoogleraar moderne kunst aan de Universiteit van Amsterdam wordt, moet Elly haar ambities loslaten. Ze beweegt zich in gevestigde kunstkringen, staat weliswaar in het centrum van het culturele leven, maar ziet haar aspiraties, met name op het wetenschappelijke vlak, niet ten volle verwezenlijkt. In 2001, kort nadat de door haar gefinancierde prijs voor het eerst is uitgereikt, wordt Elly Jaffé verheven tot Officier des Arts et des Lettres, waarmee ze erkenning krijgt voor haar “uitzonderlijke verdiensten als ambassadrice voor de Franse letteren in Nederland” (Holierhoek & De Veth 2015, 38).

Juryrapporten en dankwoorden
In de juryrapporten van de Dr. Elly Jaffé Prijs wordt veel aandacht besteed aan de schrijftrant en het taalgebruik van de laureaten. Algemene tendensen betreffen het rijke taalgevoel en de vindingrijkheid wat betreft idioom en het weergeven van de toon van de oorspronkelijke teksten.
De meeste laureaten gaan in hun dankwoorden ook in op taalgebruik door te wijzen op vertaaltechnische aspecten. Zo noemt Hannie Vermeer-Pardoen in 2015 bijvoorbeeld het vertalen van zelfverzonnen woorden of zinnen waarin klank en ritme belangrijker zijn dan de letterlijke betekenis, of eigennamen en woordspelingen. Marianne Kaas wijst in haar dankwoord in 2003 op specifieke problemen die het vertalen uit het Frans met zich meebrengt, zoals lange zinnen die in het Frans gemakkelijker geconstrueerd kunnen worden dan in het Nederlands, “onder andere door het gebruik van het tegenwoordig deelwoord”.1
Ook wordt er in de dankwoorden veelvuldig gereflecteerd op de praktijk van het literair vertalen en op de verschillende gangbare visies op de rol van de vertaler. Vermeer-Pardoen verwijst naar de richtingenstrijd tussen degenen die de nadruk leggen op vrij vertalen, waarbij met name het plezier van het lezen centraal staat, en hen die ze de preciezen noemt, die juist van mening zijn dat de vertaling zo letterlijk mogelijk moet zijn. Deze oppositie tussen vrij en letterlijk vertalen wordt door een aantal laureaten op creatieve wijze uitgewerkt. Mirjam de Veth beschrijft de literair vertaler als een “kruising tussen een kunstenaar en een kannibaal” waarbij de vertaler de tekst als het ware opeet. De paradox is dan dat “het origineel steeds scherper verschijnt en tegelijk steeds verder verdwijnt”. Rokus Hofstede presenteert ook een metafoor om de rol van de literair vertaler te omschrijven, namelijk die van vervalser: vertalen is een vorm van vervalsen, omdat er altijd varianten zijn van de oorspronkelijk tekst die blijven liggen. Tegelijkertijd verwijst hij naar het gebruik van het Franse woord passeur om aan te geven dat een vertaler iemand is die woorden en zinnen doorgeeft, op een manier waarbij getracht wordt de “oorspronkelijke vormkracht van een kunstwerk” te herscheppen. Literair vertalen is daarom geen vak, maar een kunst op zich. Het idee van herscheppen komt ook naar voren in de reflectie van Hans van Pinxteren op zijn vertaling van Montaigne waarin hij zijn hoop verwoordt om de “stem die vier eeuwen geleden in het Frans heeft gesproken en zo direct tot ons blijft spreken, om deze stem door te laten klinken in het Nederlands”.

Verschillende laureaten leveren ook commentaar op visies die door vertaalwetenschappers naar voren worden gebracht. Zo onderschrijft Jeanne Holierhoek de visie van hoogleraar vertaalwetenschap Ton Naaijkens, die het de gezamenlijke taak vindt van de vertalers en de vertaalwetenschappers om, ieder op hun manier, te zorgen dat de verandering die teksten in vertaling ondergaan, wordt waargenomen en geaccepteerd in plaats van gekapitteld. Zo komt de nadruk te liggen op de verrijking die een vertaling kan bieden in plaats van op dat wat verloren zou gaan ten opzichte van het origineel. In het artikel dat Gertie Schouten schreef voor de Auteursbond over en in gesprek met de laureaten van 2018, geeft De Haan aan dat de vertaler zich niet zou moeten verschuilen achter de oorspronkelijke schrijver, aangezien de vertaler altijd doorklinkt met haar of zijn eigen woorden. In de discussietekst die hij schreef voor het congres van het Europees Platform voor Literair Vertalen (PETRA, Brussel, 1-3 december 2011) benadrukt hij het feit dat in juridisch opzicht de literair vertaler beschouwd wordt als auteur van een nieuwe tekst, wat hem of haar ook morele rechten over de tekst verschaft (De Haan 2011). Het grote publiek is zich nog te weinig bewust van de rol van vertalers als culturele bemiddelaars. De Haan ziet hier een taak weggelegd voor culturele en literaire instituten als uitgeverijen en organisatoren van festivals, en ook voor de media (De Haan 2011).

Laureaten en bekroonde werken
Tot 2018 werd de winnaar ruim voor de uitreiking bekend gemaakt uit de lijst genomineerden en hield tijdens de uitreiking een referaat. In 2018 werd een shortlist opgesteld waarvan de winnaar tijdens de uitreiking bekend werd gemaakt, waarmee de Stichting de prijs meer algemene bekendheid wil geven. Deze formule sluit ook meer aan bij die van grote landelijke literaire prijzen zoals de Bookspot literatuurprijs (voorheen ECI literatuurprijs) en de Libris Literatuurprijs. De voor- en nadelen zullen geëvalueerd worden voor de volgende uitreiking in 2021. De genomineerden voor de meest recente Dr. Elly Jaffé prijs waren Anneke Alderlieste, Kiki Coumans, Martin de Haan en Liesbeth van Nes. Voor het Stipendium bestond de shortlist van 2018 uit Carlijn Brouwer, Gertrud Maes en Eva Wissenburg.

Opvallend is dat de laureaten voor de prijs vooral vrouwelijke vertalers zijn, en voor het Stipendium zelfs louter vertaalsters. Daarentegen is onder de bekroonde werken en oeuvres tot 2018 slechts één werk door een vrouw geschreven, namelijk Een leven in brieven, de vertaling van een keuze uit brieven van Camille Claudel door Anneke Alderlieste (Stipendium van 2001).
De vertaalde auteurs zijn over het algemeen bekende klassiekers zoals Montaigne, Montesquieu of Marcel Proust, of gerenommeerde eigentijdse schrijvers zoals Jean Rouaud of Philippe Besson. De keuze voor Maurice Pons in de vertaling van Mirjam de Veth voor de prijs van 2009 is in dit kader opmerkelijk, aangezien het hier gaat om een ook in Frankrijk grotendeels onbekende schrijver. Na het verschijnen van de Nederlandse vertaling wordt het werk van Pons op Schwob.nl, een site voor vergeten of onontdekte boeken, beschouwd als één van de beste onbekende boeken uit de wereldliteratuur. Tot 2018 is er slechts één Franstalige auteur buiten Frankrijk vertegenwoordigd, namelijk de Algerijn Tahar Djaout die in 1993 werd vermoord door het Islamitisch Reddingsfront vanwege zijn verzet tegen het opkomend fundamentalisme in Algerije.
Op deze enkele uitzonderingen na zijn de gekozen titels voor zowel prijs als stipendium canon-bevestigend, waarbij het vernieuwende aspect niet schuilt in de keuze van de vertaalde werken of auteurs, maar in de oorspronkelijkheid van de vertalingen.

De uitreiking van het Stipendium in 2018 aan Eva Wissenburg zou een andere koers kunnen inleiden waarbij de aandacht uitgaat naar meer diversiteit onder de bekroonde werken. De lijst waarvoor zij het Stipendium kreeg bestaat uit twee mannelijke en twee vrouwelijke auteurs met uiteenlopende achtergronden: Olivier Bourdeaut, Frans literair wonderkind die in 2016 de shortlist van de meest prestigieuze Franse literaire prijs, de Prix Goncourt, haalde voor de beste debuutroman; Karim Miské, een Mauritiaans-Franse documentairemaker die in 2015 de misdaadroman Arab Jazz schreef; de Frans-Marokkaanse schrijfster Lamia Berrada-Berca die met haar roman Kant et la petite robe rouge (2011) finaliste was voor de Prix des 5 Continents en Léonora Miano uit Kameroen die sinds 1991 in Frankrijk woont en veel titels op haar naam heeft. Haar boek La saison de l’ombre (2013), in de Nederlandse vertaling van Wissenburg Hoelang nog duurt de nacht (2015), won de Prix Femina en de Grand Prix du roman métis.

Jury
De juryleden worden benoemd door het bestuur van de Stichting Auteursprijzen. De jury bestaat over het algemeen uit academici werkzaam aan Nederlandse of Vlaamse universiteiten met als specialisatie vertaalwetenschappen of Franstalige letterkunde, recensenten Franse literatuur van een landelijk tijdschrift, krant- of (hoofd)redacteuren, vertegenwoordigers van culturele instellingen zoals het Institut néerlandais te Parijs en vertalers en/of laureaten van de prijs. De voorzitters worden soms twee keer achter elkaar benoemd, zoals Margot Dijkgraaf, literatuurcriticus en intendant literatuur & debat bij de Nederlandse ambassade in Parijs, in 2001 en 2003, en Maarten van Buuren, emeritus hoogleraar Franse moderne letterkunde, in 2005 en 2007. De voorzitter van de jury van 2018, Philip Freriks, oud-correspondent van het NOS-Journaal in Frankrijk en zelfverklaard Francofiel, noemt vertalers “schrijvers bij volmacht” en beschrijft hun werk als het eindeloos zoeken naar de ziel van een boek (VvL 26 juni 2016).
Het Expertise Centrum Literair Vertalen vermeldt dat in 2018 de toename van het aantal hoogwaardige vertalingen bij kleinere uitgeverijen opvallend was, maar dit is niet goed terug te zien in de bekroonde werken. Twee van de romans uit de lijst waarvoor het Stipendium is toegekend zijn uitgegeven door De Geus, één van de trendsetters wat betreft multicultureel werk, en de bekroonde werken Onderworpen en Riskante relaties zijn uitgegeven door De Arbeiderspers. Beide uitgeverijen zijn onderdeel van Singel Uitgeverijen, net als Athenaeum, die in de hele lijst van toekenning verschillende malen voorkomen. Vooral de bekende, grote uitgeverijen zoals Van Gennep, Van Oorschot en Meulenhoff zijn vertegenwoordigd. De uitzondering wordt gevormd door Coppens & Frenks, die onder leiding van de eigenzinnige George Coppens in vergetelheid geraakte meesterwerken uitbracht, maar in 2015 werd opgeheven. Het is niet verwonderlijk dat de vertaling De seizoenen door Mirjam de Veth van Maurice Pons hier werd uitgegeven. In 2018 verscheen er een heruitgave van de roman bij Uitgeverij Vleugels, een kleine uitgever die met name historische en hedendaagse avant-garde uitgeeft waaronder Mirjam de Veths vertaling De nachtpassagier (2017) van Pons.

Betekenis voor het literaire veld
De Dr. Elly Jaffé Prijs is een prestigieuze prijs voor een vrij kleine groep vertalers, niet in de laatste plaats omdat het uitgereikte bedrag aanzienlijk hoog is, hoger nog dan dat van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs (€ 35.000,-), die door het Prins Bernhard Cultuurfonds wordt gezien als de belangrijkste prijs voor vertalers in Nederland, en niet veel lager dan de belangrijke nationale literatuurprijzen Bookspot en Libris (beide € 50.000,-). Voor vertalers uit het Frans is dit een erg belangrijke prijs die ook status heeft en waarvan de uitreiking altijd een grote gebeurtenis is. Toch is de prijs relatief onbekend en meer aandacht in de media zou kunnen bijdragen aan de zichtbaarheid, zodat de doelstelling om de belangstelling voor Franse taal en literatuur in Nederland te stimuleren beter gerealiseerd wordt. Uit juryrapporten blijkt dat de kwaliteit van de genomineerde vertalingen erg hoog is, wat aangeeft dat er een groep uitstekende vertalers Frans-Nederlands actief is. Dit blijkt ook uit het feit dat laureaten andere prestigieuze vertaalprijzen wonnen: Hans van Pinxteren en Jeanne Holierhoek ontvingen de Nijhoff prijs in respectievelijk 1980 en 2018 en Martin de Haan kreeg in hetzelfde jaar, 2018, zowel de Dr. Elly Jaffé Prijs als de Filter Vertaalprijs.

Jeanette den Toonder


1. De citaten in deze paragraaf verwijzen naar de dankwoorden van de laureaten die hier te raadplegen zijn.

Terug naar overzicht Vertaalprijzen>>>